Teksten kinderen voor kinderen 13

Standaard

TUNE KINDEREN VOOR KINDEREN

Tekst: Jack Gadella

Muziek: Henk Westrus

Kinderen voor kinderen

Een kind is hier zo rijk

Kinderen voor kinderen

Het is zo ongelijk

Een kind onder de evenaar

Wordt later vaak een bedelaar

Kinderen voor kinderen

Voor kinderen van daar

LARIEKOEK EN APEKOOL

Tekst & muziek: Peter Groot Kermelink & Herman Grimme

Soliste: Cindy

Ik ben vrijdag de dertiende geboren

Voor iedereen een rotdag

Maar voor mij een feest

Maar dat wil niemand van mij horen

Ze denken dat m’n leven rampzalig is geweest

Lariekoek en apekool

 

M’n opa komt niet eens op m’n verjaardag

Omdat dat van m’n oma de dertiende niet mag

Hij heeft het wel een keer geprobeerd

Maar zag een zwarte kat

En is toen omgekeerd

Lariekoek en apekool

 

Refrein:

Iedereen is bang voor nummer dertien

Bang voor zwarte katten

En ladders op straat

Iedereen is bang voor nummer dertien

Bang bang bang

Je bent niet goed bij je hoofd

Als je die lariekoek geloofd

 

Je mag niet raar doen voor de spiegel

Als de klok gaat slaan

Maar van

Elke gekke bek

Is er niet eentje blijven staan

 

Kopjes borden schalen

Al gooi ik alles stuk

Zelfs

Honderdduizend scherven

Brengen geen geluk

 

Lariekoek en apekool

 

Refrein

 

Je kunt geluk hebben

Of een pechvogel zijn

Een knuffelbeest of een proefkonijn

Word je arm of rijk

Of door een tijger opgegeten

Er zijn mensen die beweren

Dat de sterren het al weten

Lariekoek en apekool

 

Iedereen is bang voor nummer dertien

Bang voor zwarte katten

En ladder op straat

Iedereen is bang voor nummer dertien

 

Bang, bang, bang

Bang, bang, bang

 

Voor nummer dertien

Bang, bang, bang

 

Voor zwarte katten

Bang, bang, bang

 

Voor ladders op straat

Bang, bang, bang

 

Voor morsen met zout

Bang, bang, bang

 

Als de klok gaat slaan

Bang, bang, bang

 

Lariekoek en apekool

 

Iedereen is bang voor nummer dertien

Bang voor zwarte katten

En ladders op straat

Iedereen is bang voor nummer dertien

Bang bang bang

 

ALS WE JOU NIET HADDEN GEHAD

Tekst: Jaap Bakker

Muziek: C. Tol & T. Tol

Solisten: Daan & Priscilla

In de zondagcompetitie

Speelt ons elftal een duel

We verweren ons hardnekkig

Maar we zitten in de knel

Stel je voor, ik loop te sjouwen

En opeens heb ik de bal

Ik schiet ‘em in de touwen

Met een loeiendharde knal

De verrassing is totaal

En ze juichen allemaal

Refrein:

Tjongetjonge, bovenstebeste

Als we jou niet hadden gehad

Dan zaten we lelijk in de nesten

Als we jou niet hadden gehad

Jij bent ongeëvenaard

En wel tien medailles waard

We zouden echt niet weten wat

O, als we jou niet hadden gehad

 

Op een donk’re winteravond

Ben ik heel alleen in huis

‘k Hoor een vreemd geluid op zolder

Volgens mij is dat niet pluis

Stel je voor, ik sluip de trap op

En daar staat een enge man

Maar ik geef een flinke klap

Op zijn ongure hersenpan

De politie komt erbij

Vol bewondering voor mij

Refrein

 

Stel je voor

Ik red m’n ouders uit een ingestorte grot

Stel je voor

Ik trek een aangespoelde olietanker vlot

Stel je voor

Ik kan nog net op tijd de vlammenzee bestrijden

Stel je voor

Zeg ik voorkom de overstroming van de eeuw

Stel je voor

Ik ben een held, maar ik gedraag me heel bescheiden

Als Ridder in de Orde van de Nederlandse leeuw

Refrein

VOLWASSEN

Tekst: H. v.d. Lubbe

Muziek: N. Arsbach

Soliste: Daniëlle

Soms loop je vreselijk te balen

Want iedereen zeurt aan je kop

Opstaan! Naar school! Aan tafel! Naar bed!

Wanneer ruim je je troep nou eens op?

Ze doen net alsof je een klein kind bent

Dus logisch

Dat jij je dan zo gedraagt

Je trekt de kop van de pop van je zusje

En hoort niets als je moeder wat vraagt

En door het hele huis hoor je haar krassen:

Wanneer word je nou eindelijk

Een klein beetje volwassen

Volwassen volwassen

 

Is dat niet de lucht verpersten

Met die stankfabriekenI

s dat niet met vaten vol

De oceaan verzieken?

Is dat niet je zin niet krijgen

En daarom gaan vechten

Is dat niet met bommen spelen

Maar dan wel met echte?

 

Refrein:

Als dat volwassen is

Dan worden wij dat nooit!

Als dat volwassen is

Dan worden wij het pas

Met sint juttemis!

Volwassen

Met sint juttemis

Volwassen

 

Soms heb je zin om te klieren

Gewoon – omdat je dat wil

Even de stemming verstieren

’t Is hier ook altijd zo stil

Dus brandt nu het licht op je kamer

Staat de deur naar de gang wagenwijd

Laat je ’n scheet in de buurt van je vader

En zegt boerend dat het je spijt

 

En door het hele huis hoor je hem bassen

Wanneer wordt jij nou eindelijk

Een klein beetje volwassen

Volwassen volwassen

Is dat niet er niks van snappen

Maar alles beter weten

Is dat niet zo serieus

En nooit meer kunnen keten

Is dat niet met wetten

En met formulieren knoeien

Is dat niet dat haren

Uit je neus gaan groeien

 

Refrein

 

En door het hele huis hoor je hem bassen

Wanneer wordt jij nou eindelijk

Een klein beetje volwassen

Volwassen volwassen

Volwassen volwassen

 

Is dat niet beleeft zijn

Tegen wie je niet ziet zitten

Op je vrije dag

Op de bank gaan liggen pitten

Is dat niet de bossen slopen

Met je uitlaatgassen

Warme dieren fokken

Voor de dikke winterjassen

 

Als dat volwassen is

Dan worden wij dat nooit!

Als dat volwassen is

Blijven we vrees’lijk kinderachtig

Tot achter in de tachtig

Als dat volwassen is

Dan worden wij het pas

Met sint juttemis

Volwassen

Met sint juttemis

Volwassen

Met sint juttemis

Volwassen

Enz.

GEWOON TE GEWOON

Tekst: F. Bakker & H. Schulte & M. Sleegers

Muziek: M. Sleegers & F. Bakker

Soliste: Lizemijn

Ik heb geen rare hobbies

Bespeel geen instrument

Ik loop niet hard en ik spring niet ver

En ik heb geen schrijftalent

Ik blink niet uit in quizzen

Mijn cijfers zijn zozo

Ik zing niet goed en ik zing niet slecht

En ik stal nog nooit de show

Er valt niet veel te klagen

Er is niet veel dat ik mis

Toch zou ik graag iets kunnen

Dat heel bijzonder is

Refrein:

Ik ben gewoon te gewoon

Ik hoef niet zo te stressen

Dan maar niet de beste

Gewoon, gewoon

Ik ben gewoon te gewoon

Het is me om het even

Ga fluitend door het leven

Gewoon, gewoon

 

Ik won nog nooit de jackpot

En zakte nooit door ’t ijs

In onze straat woont geen scheepsmagnaat

En ik ben niet eigenwijs

Ik draag geen vreemde beugel

Mijn neus valt niet echt op

Ik lach niet gek, heb geen grote bek

En geen punkhaar op mijn kop

Maar kijk ik in de spiegel

Wie zie ik daar dan staan

Het is geen lelijk eendje maar

Het wordt ook nooit een zwaan

 

Refrein

 

Maar sinds gistermorgen

Ben ik helemaal van slag

Door die leuke jongen

Die zit in onze klas

Die zei me in de pauze

Met een heel verlegen lach

Dat ik in zijn ogen

Heel bijzonder was (2x)

Refrein (2x)

VUUR EN VLAM

Tekst: Rob Chrispijn

Muziek: George Kooymans

Solisten: Marijn & Rabiaâ

Meiden vind ik slap

Ze kunnen nergens tegen

Na school een grote mond

Maar voor gedrag een negen

Jongens doen zo stoer

Maar durven niet te swingen

Bang of af te gaan

Ze willen altijd winnen

Ach, meiden; dat is toch niks gedaan

Jongens, wat heb je dáár nou aan!

Maar sinds ik jou voor het eerst

Op het schoolplein zag

Ben ik nergens meer zeker van

Mijn moeder zegt: wat is er toch?

Nee, niets – niet iets

Waar ik met iemand over praten kan

Refrein:

Zomaar wham

In vuur en vlam

Zomaar wham

In vuur en vlam

Zomaar wham

In vuur en vlam

Zomaar wham

In vuur en vlam

Meiden zijn vaak knap

Vervelend en zo kattig

Ze klitten bij elkaar

En vinden alles schattig

Jongens doen zo leuk

Ach, het zijn toch stumpers

En als je borsten hebt

Dan noemen ze die bumpers

Nee, jongens; dat is toch niks gedaan

Meiden, wat heb je dáár nou aan!

Maar sinds ik jou voor het eerst

Op het schoolplein zag

Ben ik nergens meer zeker van

Mijn vader zegt: wat ben je stil!

’t Is niets – niet iets

Waar ik met iemand over praten kan

Refrein

 

Jongens moeten steeds zo nodig stompen

Of ze trekken keihard aan je haar

Speel je softbal, nou dan voel je op je klompen

Dat je verliest doordat een meisje

Op het laatste honk er bijstaat als een zoutpilaar

Oh, ja

Ach, meiden; dat is toch niks gedaan

Jongens, wat heb je dáár nou aan!

Maar sinds ik jou voor het eerst

Op het schoolplein zag

Ben ik nergens meer zeker van

De juffrouw zegt: wat is er toch?

Nee, niets – niet iets

Waar ik met iemand over praten kan

Refrein

MIJN VADER IS EEN STER

Tekst: Koos Meinderts & Harry Jekkers

Muziek: Ton Scherpenzeel

Solist: Maarten

Vroeger heel vaak voor het slapen gaan

Ging mijn vader voor het venster staan

En dan wees ie mij de sterren

De planeten en de maan

Kijk dan jongen, Venus

Zei mijn vader

En dat daar, dat is de Grote Beer

En daar die ene

Kom, hoe heet ie ook al weer

Een keer, ook weer voor het slapen gaan

Bleef mijn vader daar nog even staan

En toen zei die: er zijn sterren

Die allang niet meer bestaan

Kijk dan jongen, daarzo

Zei mijn vader

Tussen Venus en de Grote Beer

Zie je daar die ene

Nou wie weet is ie er niet meer

Nu nog heel soms voor het slapen gaan

Ga ik nog even voor het venster staan

En dan denk ik aan mijn vader

Hoe het met hem is gegaan

Toen die avond met die sterren

Die allang niet meer bestaan

Wist mijn vader toen al dat hij dood zou gaan?

Ergens tussen Venus en de Grote Beer

Staat een ster die

Al bestaat ie dan niet meer

Nog heel goed is te zien

En wie weet, misschien

Is die ster

Tussen Venus en de Grote Beer

Wel mijn vader

Al leeft hij dan niet meer

Daar aan de hemel is te zien

Wie weet, misschien

VIERKANTE OGEN

Tekst: André van Duin

Muziek: Jan Rietman

Solist: Ferry

Hoe staat het met je huiswerk:

Al piano gestudeerd?

Je fiets moet nog naar binnen

Is de spreekbeurt al geleerd?

Waarom doen ouders soms zo vreselijk irritant,

Terwijl ze zelf naar alles kijken,

Maar dat noemen ze dan interessant

Katteogen, eksterogen, argusogen,

Blauwe ogen, ogen te kort

Vierkante ogen

Rooie ogen, twinkelogen, lodderogen,

Zienderogen, ogen te kort

 

Met mijn zus heb ik vaak ruzie

Die wil andere dingen zien

Ze vind alles kinderachtig

Maar mag ik soms misschien

Ze zegt, als je niet oppast

En de klok straks acht keer slaat

Krijg je vierkante ogen

Maar da’s iets dat volgens mij niet bestaat

Dus zeg ik,

Refrein:

Vierkante ogen

Vierkante ogen

Vierkante ogen zien de wereld net iets mooier

Vierkante ogen

Vierkante ogen

Vierkante ogen zien veel meer dan je

Bedenken kunt

 

Het is gek als je goed nadenkt

Iedereen kijkt toch tv

Zelfs op school is televisie

En daar leren wij iets mee

Dus heb ik gisteren mijn moeder voorgesteld

Om alleen nog maar te kijken naar programma’s

Waar je iets van leert

Katteogen, eksterogen, argusogen,

Blauwe ogen, ogen te kort

Vierkante ogen

Rooie ogen, twinkelogen, lodderogen,

Zienderogen, ogen te kort

 

Mijn ouders hebben dat toen geprobeerd

Maar dat systeem was heel snel afgeleerd

Nu kijken we samen en dat is toch heel wat leuker dan

Dat bekvechten om wat er ’s avonds

Aan wordt gezet

Nu krijgt iedereen volgens ons dus:

Refrein

RODDELKAMPIOEN

Tekst & muziek: Bert Vervoorn

Solisten: Hanneke & Dagmar & Anita & Tessa

Doei la la doei la la doei la la laa la

 

Daar staat dat rare clubje

Daar is heel wat om te doen

Dat zijn de “journalisten”

Van de roddelkampioen

Zo heet dat stomme blaadje

Dat ze maken met elkaar

Nou dat is wel even smullen

Voor de echte roddelaar

Lala doei la la doei la la laa la

 

Ik zou het echt wel willen

Maar ik kan d’r niks aan doen

Je kunt je niet verbergen

Voor de roddelkampioen

Ze paken je agenda

En ze kijken in je tas

Of ze zoeken naar een nieuwtje

In de zakken van je jas

Refrein:

En ze roddelen

En roddelen is alles wat ze doen

Want ze zijn de journalisten

Van de roddelkampioen

La la doei la la doei la la laa la

 

’t Is echt niet te geloven,

Maar Margot heeft iets met Bas

En neem Martijn en marjolein

Die sturen briefjes door de klas

Nou wat vind jij van die Peter

Met die superslome bril

Daarover hoorde ik vertellen dat ie nooit

Met meisjes wil

Dat is toch dom la la laa la

Die vraagt erom la la laa la

Die krijgt z’n zin la la laa la

Die komt erin!

Refrein

 

’t Is echt niet te geloven

Maar die trui die Tessa draagt

Die heeft mijn oma vorig jaar nog eens aan

Sinterklaas gevraagd

En weet je, ik zag Saskia met Marcel in de stad

Toch niet die jongen uit de bovenbouw

Waar Alice iets mee had?

Dat is toch raar la la laa la

’t Is toch niet waar la la laa la

Die krijgt d’r zin la la laa la

Die komt erin!

Refrein

 

Doei la la doei la la doei la la laa la

 

Je krijgt gewoon de kriebels

Dat dat allemaal maar mag

Want soms dan ben je zelf

Ineens de roddel van de dag

Zo word je wel voorzichtig,

Want je voelt je steeds begluurd

Nee je bent gewoon niet veilig

Met dat clubje in de buurt

Refrein

 

We zouden ’t wel willen

Maar je kunt er niets aan doen

Moet je kijken wat ’n schoenen Cindy nou weer draagt

Je kunt je niet verbergen

Voor de roddelkampioen

En dat lange haar van Stefan word ook afgezaagd

Ik weet haast zeker dat ik in de volgende verschijn

Hee, daar komt zij ook weer aan met haar gekat

Dat eeuwige geroddel kan ook heel vervelend zijn!

Wat?

 

Dat eeuwige geroddel kan ook heel vervelend zijn!

La la doei la la doei la la laa la

Doei!!!

DE KASSIEKLAP

Tekst & muziek: Fred Jenner & Hans Keizer

Soliste: Charanda

In de pas en in de maat

Anders wordt mijn pappa kwaad

Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg

De vakantie komt altijd te laat

De wekker die gaat altijd veels te vroeg

Eens per jaar gaan alle remmen los

Dan is het feest bij tante Jos

Tante Jos komt uit een heel ver land

Met papegaaien in de bomen

En een palmenstrand

Refrein:

Héjo, héjo doe de kassieklap

Héjo, héjo we dansen de samba op de trap

Héjo, héjo m’n moeder die doet mee

We kunnen feesten tot een uur of twee

 

M’n zusje heeft haar tong verbrand

Aan de rijst met kouseband

Pappa zit nog aan de pindasoep

Daar is de familie al

Kijk, ze staan te swingen op de stoep

De stoelen die gaan aan de kant

Pappa zit nog aan de kouseband

Ome Desi pakt zijn trompet

Het feest dat kan beginnen

Vanavond gaan we niet naar bed

 

Refrein

 

Pappa doet zijn stropdas los

Danst de Limbo met tante Jos

Mamma schopt haar schoenen uit

Ome Desi doet de regendans

Zwaaiend met een grote plantenspuit

Waarom is het hier zo fijn

Zou het zo daarginds ook zijn

Tante Jos mag ik met je mee

Naar dat mooie eiland in de zee

O héjo, héjo héjo héjo

 

Refrein (2x)

GLUREN BIJ BUREN

Tekst: Judith Nieken

Muziek: Majel Lustenhouwer

Solisten: Marieke & Martijn

Van alle buren in de buurt

Weet ik alles

Weet ze alles

Van alle buren in de buurt

Weet ik alles af

Want ik doe aan spionage

Gewoon voor de grap

En ik kijk door hun vitrage

Of bespied ze op de trap

Ik lig aldoor op de loer

Met m’n grote broer

 

Refrein:

Wij begluren

De buren

De buren van boven

De buren van beneden en de buren van opzij

Wij begluren

De buren

En dat kan wel even duren

Want er komen alsmaar nieuwe buren bij

 

Van alle buren in de buurt

Weet ik alles

Weet hij alles

Van alle buren in de buurt

Weet ik alles af

Met een verrekijker kijk ik

Door vensters en glas

En voorbijgangers ontwijk ik

Stiekem sluipend door ’t gras

Zelfs de buren van tienhoog

Hou ik in ’t oog

 

Refrein

 

M’n ouders roepen elke dag

Dat ’t zo niet langer kan

Maar daar trekken wij

Ons allebei

Geen sikkepit van an

Van alle buren in de buurt

Weet ik alles

Weet hij alles

Van alle buren in de buurt

Weet ik alles af

’t Is een heel gevaarlijk klusje

Want zien ze me staan

Dan kan ik straks met m’n zusje

Wel meteen verhuizen gaan

Dus ik hou m’n adem in

Als ik weer begin

 

Refrein (2x)

 

Er komen alsmaar

Er komen alsmaar

Er komen alsmaar

Nieuwe buren bij

DE TAFEL VAN DERTIEN

Tekst: Theo Olthuis

Muziek: Hans Janssen

Solist: Sylvia Millecam

Eén keer dertien is dértien

Twee keer dertien is zesentwintig

Drie keer dertien is weet ik veel

Vier keer dertien is een zwangere kameel

Ho ho ho, wat krijgen we nou!

Zijn jullie helemaal!

De tafel van dertien en zonder flauwekul!

En wie er niet gewoon doet,

Gewoon doet, gewoon doet,

Die krijgt van mij een NUL!

Vijf keer dertien is vijfenzestig plus

Zes keer dertien daar vliegt een dooie mus

Zeven keer dertien is pijn aan m’n kop

Acht keer dertien is een kilometer drop

Ho ho ho, wat heb ik gezegd,

Zijn jullie een beetje doof?

De tafel van dertien en een beetje snel

En wie er niet gewoon doet,

Gewoon doet, gewoon doet,

Die krijg ik dan nog wel!

Zeven keer dertien je oma op een wip

Acht keer dertien een sprinkhaan op je lip

Negen keer dertien een boterham met gel

Tien keer dertien is de juf springt uit haar vel

Ho ho ho, nu is het uit!

Ik pik dit echt niet meer!

De tafel van dertien voor de laatste keer!

En als je niet gewoon doet,

Gewoon doet, gewoon doet

Is d’r geen pauze

Ohhhhhhhhhhhhhhhhhhh

IK BEN ALTIJD ALLES KWIJT

Tekst: Henk Westbroek

Muziek: E. v. Tijn & J. Fluitsma

Soliste: Marjolein v E.

Zit ik iets te vertellen

Uit een razend spannend boek

En iemand vraagt me hoe dat boek heet

Is ineens de titel zoek

Als ik een hele leuke mop vertel

Van een man die sambal eet

Dan blijkt vlak voor het einde

Dat ik het einde niet meer weet

Als iemand mij de weg vraagt

En die weg is mij bekend

Dan weet ik hoe hij rijden moet

Maar niet op dat moment

Luidt de honderdduizendguldenvraag

Hoe schrijf je Don Quichotte?

En ik wil het antwoord spellen

Dan vliegt mijn hoofd op slot

Refrein:

Ik ben altijd alles kwijt

Altijd!

Ik ben altijd alles kwijt

Altijd!

’t Is een onplezierig feit

Maar ik ben altijd alles kwijt

 

Wanneer ik lig te dromen

Van mijn eigen koninkrijk

En ik word wakker om te plassen

Dan vervliegt die droom gelijk

Als ik loop te prakkezeren

Of ik niet iets vergeet

Dan kom ik nooit veel verder

Dan dat ik dat niet weet

Refrein

 

M’n eigen paspoort

M’n favoriete boek

M’n vuile sokken

M’n schone onderbroek

M’n grote buskaart

M’n sleutel van de deur

M’n nieuwe fiets

En m’n goede humeur

Zij is altijd, altijd alles kwijt (3x) Altijd alles kwijt

Refrein

ZILVERMIJN

Tekst & muziek: Henk Hofstede

Soliste: Tamara

Op het prikbord in de bibliotheek

Hangt een briefje ‘vakantiewerk’

Het is voor zeven dagen in de week

Je moet slim zijn maar ook sterk

Bij de juwelier ‘Hofstede’

In de winkelstraat

 

Wat een mooie ring ring

Ik zie alles dubbel

In de etalage van fluweel

Wat een mooie broche broche

Alles dubbel

Als ik langer kijk dan word ik scheel

 

Komt u binnen, zegt de verkoper

Loop maar naar benee

Refrein:

In de zilvermijn onder de grond

Bij de dure juwelier

In de zilvermijn onder de grond

Alle kinderen werken hier

 

Wat een mooie ring ring

Ik zie alles dubbel

In de etalage van fluweel

 

Wat is het hier donker donker

Ik zie alles vaag

Ik krijg een olielamp en een houweel

En na uren alsmaar hakken

Schreeuwt de juwelier: Hoeveel? Vandaag!

Refrein

 

Wat een mooie broche broche

Alles dubbel

Als ik langer kijk dan word ik scheel

 

Refrein

 

Wat een mooie ketting ketting

Ketting ketting

»

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s